Uitspraak
200800011/1) komt de minister bij de beoordeling of onvoldoende waarborgen aanwezig zijn, beoordelingsvrijheid toe, zodat de rechter het besluit van de minister terughoudend dient te toetsen.
Raad van State
De minister van Binnenlandse Zaken weigerde op 18 september 2006 een verklaring van geen bezwaar af te geven aan appellant voor het vervullen van vertrouwensfuncties binnen de politie. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep bij de rechtbank Assen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het veiligheidsonderzoek door de AIVD wees uit dat appellant onvoldoende waarborgen bood dat hij onder alle omstandigheden de plichten van de vertrouwensfunctie getrouwelijk zou volbrengen. Dit vanwege overtredingen binnen de afdeling TTI, gedragsproblemen als mentor bij het opleidingsinstituut en een discutabele verklaring bij een verkeersovertreding.
De Raad van State oordeelde dat de minister met voldoende reden kon weigeren, mede omdat appellant gebruik had gemaakt van privileges die niet conform regels waren toegekend, en dat dit gedrag afbreuk deed aan zijn integriteit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de weigering van een verklaring van geen bezwaar wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.