ECLI:NL:RVS:2009:BJ2617

Raad van State

Datum uitspraak
10 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200903673/2/H1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • D.A.B. Montagne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen bouwvergunning voor 28 woningen te Beverwijk

Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk verleende op 19 juni 2007 een bouwvergunning en vrijstelling aan Préferent Projectontwikkeling B.V. voor de bouw van 28 woningen aan de Galgenweg en de Grote Houtweg in Beverwijk. Hiertegen maakten twee appellanten bezwaar, dat het college op 27 maart 2008 niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank Haarlem verklaarde dit besluit op 16 april 2009 ongegrond en vernietigde het besluit, waarbij het college werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het een nieuw besluit op bezwaar moest nemen voordat het hoger beroep was beslist. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde dit verzoek op 2 juli 2009.

De voorzitter oordeelde dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was, mede omdat de 28 woningen inmiddels waren gerealiseerd en bewoond en er geen belangen waren die zich tegen het verzoek verzetten. Daarom werd bepaald dat het college geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen zolang het hoger beroep loopt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Deze voorlopige voorziening heeft een voorlopig karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure. De definitieve beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaar en andere inhoudelijke punten volgt in de bodemprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Uitkomst: Het college van Beverwijk hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen zolang het hoger beroep bij de Raad van State loopt.

Uitspraak

200903673/2/H1.
Datum uitspraak: 10 juli 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 16 april 2009 in zaak nr. 08/3808 in het geding tussen:
[appellant sub 1] en [appellant sub 2]
en
het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk.
1. Procesverloop
Bij besluit van 19 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk (hierna: het college) aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Préferent Projectontwikkeling B.V. (hierna: Préferent) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor de bouw van 28 woningen op het perceel plaatselijk bekend Galgenweg 1-23/de Grote Houtweg 104-120 te Beverwijk.
Bij besluit van 27 maart 2008 heeft het college het door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] (hierna: [appellanten]) daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 16 april 2009, verzonden op 20 april 2009, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 27 maart 2008 vernietigd en bepaald dat het college binnen zes weken na de verzending van de uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen.
Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 mei 2009, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 mei 2009, heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juli 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. L. Riddersma en P. Koese, ambtenaren in dienst van de gemeente, en [appellanten], vertegenwoordigd door mr. W.J.R.M. Welschen, advocaat te Haarlem, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord Préferent, vertegenwoordigd door mr. S.E.H. van Thoor, advocaat te Haarlem.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het verzoek strekt ertoe bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat het college in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen besluit op het door [appellanten] gemaakte bezwaar van 12 augustus 2007 hoeft te nemen.
2.3. Het college bestrijdt in hoger beroep het oordeel van de rechtbank dat het college [appellanten] als vertegenwoordigers van het Parochiebestuur St. Eloy ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De definitieve beoordeling van deze beroepsgrond is aan de Afdeling in het kader van de bodemprocedure. De in geding zijnde belangen nopen niet tot vooruitlopen op de afdoening van het hoger beroep. Ter zitting is gebleken dat de 28 woningen, waarvoor op 19 juni 2007 bouwvergunning is verleend, reeds zijn gerealiseerd en worden bewoond. Ook overigens is niet gebleken van belangen die zich tegen inwilliging van het verzoek verzetten. Derhalve bestaat aanleiding om de na te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk geen nieuw besluit op het bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink w.g. Montagne
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2009
374.