Uitspraak
200606141/1) van een eerder besluit op bezwaar, het door de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid West 6 (hierna:
Raad van State
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verleende op grond van de Subsidieregeling capaciteitsvermindering IJsselmeervisserij en innovatie aquacultuur een subsidie van maximaal €508.821 aan een mosselproducerend bedrijf voor het project 'Alternatieve winning mosselzaad'. De rechtbank Alkmaar vernietigde een eerder ministerieel besluit en verklaarde het bezwaar van West 6 gegrond, waarna de minister en West 6 hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het project reeds was aangevangen vóór de schriftelijke bevestiging van de subsidieaanvraag, wat volgens artikel 12c van de Regeling tot afwijzing van de subsidie zou leiden. De rechtbank oordeelde dat de samenwerkingsovereenkomst tussen het mosselbedrijf en TNO uit 2003 verplichtingen bevatte die betrekking hadden op het project, en dat daarmee het project was aangevangen vóór de subsidieaanvraag in 2004.
De minister voerde aan dat de overeenkomst een algemene samenwerking betrof en dat een specifieke overeenkomst voor het project pas na de subsidieaanvraag was gesloten. De Raad van State oordeelde echter dat de overeenkomst van 7 februari 2003 wel degelijk verplichtingen bevatte die gericht waren op het project en dat het project dus voortijdig was aangevangen.
Daarom werd het besluit van 30 november 2004 herroepen en de subsidieaanvraag afgewezen. Het hoger beroep van West 6 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van West 6.
Uitkomst: De subsidieaanvraag voor het mosselzaadproject wordt afgewezen en het besluit van de minister wordt herroepen.