Uitspraak
200604909/1, heeft de Afdeling de daartegen door het college en [wederpartij sub 2], [wederpartij sub 3] en [wederpartij sub 4] ingestelde hoger beroepen ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Blaricum wees een verzoek af om een pad, genaamd Zijtak van de Noolseweg, volledig te ontsluiten en te verharden. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank Amsterdam het besluit op bezwaar en verklaarde het beroep van een wederpartij gegrond tegen bestuursdwang gericht op het verwijderen van beplanting langs het pad.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep tegen deze uitspraak. Centraal stond de vraag of het pad een openbare weg is over het perceel van de wederpartij en of het college bevoegd was bestuursdwang toe te passen tegen beplanting die het vrije uitzicht op het pad belemmerde.
De Afdeling concludeerde dat het pad sinds 1901 als openbare weg geldt en dat het pad een lengte heeft van circa 97 meter, waarbij het over het perceel van de wederpartij loopt. De beplanting op en over het perceel vormt daardoor een overtreding van de APV. Het college was bevoegd bestuursdwang toe te passen en het beroep van de wederpartij werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het beroep van de wederpartij gegrond verklaarde en beval terugbetaling van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij tegen het bestuursdwangbesluit wordt ongegrond verklaard en het college is bevoegd tot handhaving.