Uitspraak
200604956/1, de uitspraak van de voozieningenrechter bevestigd met verbetering van gronden waarop deze rust. Ter uitvoering van die uitspraken heeft het college het besluit van 9 augustus 2007 genomen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede verleende op 9 augustus 2007 een lichte bouwvergunning voor het plaatsen van een antennemast op het perceel Spölminkkamp 40 te Lonneker. Dit bouwplan was in strijd met het bestemmingsplan "Sportpark Lonneker". Het college verleende vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), gesteund op een provinciale lijst en een gemeentelijke notitie met randvoorwaarden.
Appellanten voerden aan dat het college niet bevoegd was om vrijstelling te verlenen, omdat het bouwplan niet voldeed aan de toepassingsvoorwaarden van de provinciale lijst en dat het perceel buiten de bebouwde kom lag, waardoor een bestemmingsplanwijziging vereist zou zijn. De Raad van State oordeelde dat het bouwplan binnen categorie I van de provinciale lijst valt en dat het gebied volgens de bestuurspraktijk en het nieuwe bestemmingsplan als bebouwde kom moet worden beschouwd. Daarmee was geen bestemmingsplanwijziging nodig.
Daarnaast stelden appellanten dat het college onvoldoende rekening had gehouden met minder belastende alternatieven. De Raad van State stelde dat het college mocht besluiten over het ingediende bouwplan en dat alternatieven alleen relevant zijn als zij een gelijkwaardig resultaat met aanzienlijk minder bezwaren opleveren. Dit was niet aannemelijk gemaakt. De uitspraak van de rechtbank Almelo werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.