ECLI:NL:RVS:2009:BI8482
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- D. Roemers
- K.J.M. Mortelmans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging subsidie schoonmaakdiensten particulieren en gevolgen daarvan
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bij besluiten van 20 december 2006 de subsidie aan appellanten toegekend op grond van de Regeling schoonmaakdiensten particulieren 2005 (RSP 2005) beëindigd met ingang van 1 januari 2007. De staatssecretaris stelde dat de subsidiëring niet effectief was en dat gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting verzetten. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat geen redelijke termijn was gehanteerd en dat er geen sprake was van gewijzigde inzichten.
De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uit Kamerstukken bleek dat de RSP weinig effectief en fraudegevoelig was, en dat de Tweede Kamer had ingestemd met beëindiging van de subsidiëring. Tevens was een redelijke termijn van ongeveer een jaar gehanteerd om de bedrijfsactiviteiten af te bouwen, mede ondersteund door de Afbouwregeling 2007.
De Afdeling verwierp het beroep van appellanten dat er geen redelijke termijn was en dat zij recht hadden op schadevergoeding. De Afbouwregeling 2007 compenseerde de negatieve gevolgen voldoende en appellanten hadden niet aannemelijk gemaakt dat zij meer schade hadden geleden. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de beëindiging van de subsidie en wijst het hoger beroep van appellanten af.