ECLI:NL:RVS:2009:BI8449

Raad van State

Datum uitspraak
17 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200808682/1/H3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
  • E.J.A. Idema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 6:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet tijdig besluit burgemeester Amsterdam

Appellant vroeg op 17 september 2007 toestemming aan de burgemeester van Amsterdam om zijn politieke en levensbeschouwelijke standpunten te uiten. De burgemeester reageerde niet tijdig, waarna appellant bezwaar maakte tegen het uitblijven van een besluit. De burgemeester verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het verzoek geen aanvraag was op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. Appellant stelde dat het verzoek wel rechtsgevolgen had en dat de gemeente hem onterecht zou beletten zijn standpunten te uiten. De Raad van State oordeelde dat het verzoek niet ziet op een publiekrechtelijke bevoegdheid en geen verandering in rechten of plichten tot gevolg heeft.

Daarom kan het verzoek niet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en kan het uitblijven van een besluit niet gelijk worden gesteld aan een besluit. Het bezwaar was terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

200808682/1/H3.
Datum uitspraak: 17 juni 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Amsterdam,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 oktober 2008 in zaak nr. 08/582 in het geding tussen:
[appellant]
en
de burgemeester van Amsterdam.
1. Procesverloop
Bij brief van 17 september 2007 heeft [appellant] de burgemeester van Amsterdam (hierna: de burgemeester) toestemming gevraagd om zijn politieke en levensbeschouwelijke standpunten te uiten.
Bij brief van 7 november 2007 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.
Bij besluit van 7 januari 2008 heeft de burgemeester dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 20 oktober 2008, verzonden op 21 oktober 2008, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 december 2008, hoger beroep ingesteld.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 april 2009, waar [appellant] in persoon, en de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. A.G.M. ter Laak, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het betoog van [appellant] dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt, omdat deze niet is gedaan door een onpartijdig en onafhankelijk gerecht, faalt. De enkele stelling van [appellant] dat de uitspraak is gedaan door een rechter, die, naar [appellant] stelt, partijgenoot is van politici over wie hij zijn politieke en levensbeschouwelijke standpunten wil uiten, is daartoe onvoldoende.
2.2. De burgemeester heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat zijn verzoek van 17 september 2007 geen betrekking heeft op het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het optreden van de gemeente jegens hem op rechtsgevolg is gericht. Volgens [appellant] neemt de gemeente het standpunt in dat zij bevoegd is hem te beletten zijn politieke en levensbeschouwelijke standpunten te uiten. De verlening van de toestemming is om die reden op rechtsgevolg gericht, aldus [appellant].
2.4. Dit betoog faalt. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen is de burgemeester in het verzoek van 17 september 2007 niet gevraagd gebruik te maken van een bevoegdheid op publiekrechtelijke grondslag en brengt een beslissing tot toestemming om politieke en levensbeschouwelijke standpunten te uiten geen verandering in de rechten of plichten van [appellant] met zich mee. Dit verzoek kan daarom niet worden aangemerkt als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb en het uitblijven van een reactie op dit verzoek kan voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep niet op grond van artikel 6:2 Awb Pro met een besluit worden gelijkgesteld. De burgemeester heeft het bezwaar van [appellant] tegen niet tijdig nemen van een besluit dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.J.A. Idema, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Idema
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2009
512.