Uitspraak
200600367/1, heeft overwogen, zijn de wettelijke beslistermijnen geen fatale termijnen, maar termijnen van orde. Overschrijding daarvan betekent daarom niet dat de beslissing reeds op die grond voor vernietiging in aanmerking komt. Er valt geen wettelijk voorschrift aan te wijzen dat bepaalt dat in een dergelijk geval het desbetreffende besluit niet in stand kan blijven. [appellant] had desgewenst tegen het uitblijven van het primaire besluit en tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar kunnen opkomen op grond van het bepaalde in artikel 6:2, aanhef en onder b, en artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
200801990/1) is de WOZ-waarde van een woning in beginsel niet relevant voor het bepalen van de omvang van planologisch nadeel, omdat bij de vaststelling van de WOZ-waarde vooral de feitelijke situatie bepalend is en daarbij geen rekening wordt gehouden met de maximale mogelijkheden van een planologisch regime. Houdringe was daarom, anders dan [appellant] meent, niet verplicht aan te sluiten bij de vastgestelde WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2003. De rechtbank heeft in dit verband terecht overwogen, dat de WOZ-waarde niet als uitgangspunt kan dienen, nog daargelaten dat [appellant] uit het oog verliest dat die waarde de waarde weergeeft waarbij rekening is gehouden met de planologische verslechtering en dat die niet strookt met zijn opvatting dat de waarde na het nemen van het besluit tot vrijstelling € 280.000,00 bedraagt, welke waarde bovendien niet meer in geschil is.