Uitspraak
200405056/1), verschaft het overgangsrecht geen bouwvergunning vervangende titel en kan een bouwwerk daardoor evenmin anderszins gelegaliseerd worden.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Berkelland weigerde een lichte bouwvergunning voor het vervangen van het dak van een zwembadhokje met uitbreiding op een perceel in Berkelland. Tevens werd een last onder dwangsom opgelegd om een zonder vergunning opgericht bijgebouw te verwijderen of aan de regels te laten voldoen. De rechtbank Zutphen verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat alleen het dak werd vernieuwd en dat het overgangsrecht van toepassing was, waardoor vergunning verleend had moeten worden. Ook voerde hij aan dat het college niet handhavend mocht optreden omdat het bouwwerk uit afzonderlijke delen bestond en er sprake was van vertrouwen op gedogen. De Raad van State oordeelde dat de bouwtekening een uitbreiding bevatte en het overgangsrecht daarom niet van toepassing was. Het bouwwerk vormde een samenhangend geheel en was zonder vergunning opgericht, waardoor handhaving terecht was.
Verder faalden de betogen dat het bouwwerk binnen de oppervlaktebeperkingen van de bijgebouwenregeling viel en dat het college niet mocht handhaven vanwege vertrouwen of onevenredigheid. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning en handhaving worden bevestigd.