Uitspraak
200105355/1, heeft de Afdeling onder meer geoordeeld dat de partiële herziening het eerste ruimtelijke plan is dat in de mogelijkheid van woningbouw voorziet en dat de beroepsgronden betreffende het MER en de m.e.r.-procedure geen doel treffen, en heeft zij, voor zover hier van belang, het beroep van de vereniging tegen de in de partiële herziening vervatte concrete beleidsbeslissing ongegrond verklaard.
200800347/1, waarin onder meer het beroep van de vereniging tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan "Woongebied Kernhem" aan de orde is geweest, heeft de Afdeling overwogen dat nu een bestemmingsplan voorligt, dat ziet op een onderdeel van dezelfde activiteit op dezelfde locatie als waarvoor op grond van het voorheen geldende Besluit milieu-effectrapportage 1994 al, ten behoeve van een in een streekplan vervatte concrete beleidsbeslissing, een besluit-m.e.r. is uitgevoerd, gelet op het in artikel II van het Besluit van 16 augustus 2006 tot wijziging van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 (Stb. 2006, 388) opgenomen overgangsrecht, geen verplichting meer bestond voor dit plan een m.e.r. uit te voeren. De Afdeling ziet geen aanleiding hier voor het thans voorliggende plan anders over te oordelen.
200202033/1, wordt de vervangende nieuwbouw van 180 bestaande woningen in de wijk Veldhuizen A voor de omvang van de m.e.r.-plichtige activiteit buiten beschouwing gelaten, zodat terecht in zoverre rekening is gehouden met de bouw van ongeveer 434 woningen op het thans aan de orde zijnde gedeelte van de woningbouwlocatie Kernhem.