ECLI:NL:RVS:2009:BI6342
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenrechtelijke beoordeling medische noodsituatie en discriminatie bij asielaanvragen
De zaak betreft het hoger beroep van vijf vreemdelingen tegen de afwijzing van hun asielaanvragen door de staatssecretaris van Justitie. De vreemdelingen beriepen zich op discriminatie wegens Azeri-afkomst en medische noodsituaties.
De Raad van State oordeelt dat vreemdeling sub 1 lijdt aan diabetes mellitus en bij uitblijven van behandeling een medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is, maar niet in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium verkeert. Dit betekent dat uitzetting naar Armenië geen schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert. De rechtbank had dit niet juist beoordeeld.
Voor de vreemdelingen sub 3 en 5 bestaat geen medische noodsituatie. De beroepen van vreemdelingen sub 2, 3, 4 en 5 zijn door de rechtbank onterecht gegrond verklaard en worden terugverwezen voor herbeoordeling. De uitspraak in het belang van vreemdeling sub 1 wordt bevestigd met verbeterde motivering.
De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdelingen. De uitspraak bevestigt het belang van nauwkeurige medische beoordeling en de toepassing van jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bij uitzettingszaken.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank deels vernietigd en deels bevestigd, zaken terugverwezen voor herbeoordeling.