Uitspraak
200201760/1) kunnen aan de ruimtelijke onderbouwing van een project minder zware eisen worden gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op het bestaande planologische regime kleiner is. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de aan het plan ten grondslag gelegde ruimtelijke onderbouwing als voldoende kan worden beschouwd. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het college de inbreuk op het planologisch regime als beperkt heeft kunnen beschouwen. Het bouwplan betreft een gebouw, waarvan het gebruik past binnen de doeleindenomschrijving van de agrarische bestemming, zij het dat in dit geval het gebouw, anders dan in het bestemmingsplan is voorzien, wordt opgericht buiten het bouwvlak. Voorts vormt de voorziene loods een functioneel geheel met de agrarische bebouwing op de aangrenzende gronden met de bestemming "Agrarische bedrijven". Bovendien is het oprichten van dergelijke gebouwen buiten het bouwvlak tot een zekere omvang in het bestemmingsplan reeds voorzien door middel van een vrijstellingsbevoegdheid.
200608170/1, onherroepelijk is geworden. Bij de beoordeling van de milieugevolgen is de voormalige wagenberging betrokken. Voor onderhavig bouwplan, dat in vervanging van die wagenberging door een werktuigenloods voorziet, is een melding gedaan op grond van artikel 8.19 van de Wet milieubeheer. Hetgeen [appellant] naar voren heeft gebracht met betrekking tot de beweerdelijke overtreding van vergunningvoorschriften, dan wel nieuwe of in omvang toegenomen bedrijfsactiviteiten van [vergunninghouder], heeft betrekking op handhaving van de milieuvergunning en is in deze procedure niet aan de orde.