ECLI:NL:RVS:2009:BI5895
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- P.A. Offers
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning afhankelijk van verblijfsrecht broer bij medische behandeling
De vreemdeling had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aangevraagd onder de beperking verblijf bij zijn broer gedurende diens medische behandeling. De staatssecretaris wees de aanvraag aanvankelijk af, maar verleende later een vergunning geldig tot 13 februari 2004, afhankelijk van het verblijfsrecht van de broer.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris, maar de Raad van State oordeelde dat de vergunning van de vreemdeling niet langer kan gelden dan die van zijn broer. De broer beschikte niet meer over een verblijfsvergunning na 13 februari 2004, waardoor de vreemdeling ook geen verblijfsrecht meer kon ontlenen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De zaak betreft de toepassing van artikel 3.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en het recht op gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro.
Uitkomst: De verblijfsvergunning van de vreemdeling kon niet langer gelden dan die van zijn broer en het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.