Uitspraak
200501291/1ten aanzien van de kamers in een voor studenthuisvesting in gebruik zijnd pand overwogen dat deze dienen te worden gezien als ruimten waarvoor een woonfunctie geldt in de zin van het Bouwbesluit.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen verleende op 8 oktober 2007 een bouwvergunning tweede fase voor het oprichten van een woongebouw met zes studio's op een perceel te Groningen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het bouwplan voorziet in zes afzonderlijke studio's, elk bedoeld als zelfstandige woonruimte voor een persoon. Volgens het Bouwbesluit moet een woonfunctie een vloeroppervlakte van ten minste 24 m² aan verblijfsgebied hebben. Drie van de zes studio's voldeden hier niet aan en het bouwplan voorziet niet in gemeenschappelijk verblijfsgebied. De voorzieningenrechter had ten onrechte twee woonfuncties aangenomen in plaats van zes afzonderlijke woonfuncties.
Hierdoor is het bouwplan in strijd met artikel 4.21, tweede lid, van het Bouwbesluit. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van het college, en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot bouwvergunning wordt vernietigd wegens strijd met de oppervlakte-eis van het Bouwbesluit.