Uitspraak
200708008/1en zaak nr.
200807325/1, ter zitting behandeld op 4 maart 2009, waar de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV), vertegenwoordigd door J.J.M. van den Boogaard, werkzaam bij het UWV, en Paradigm, vertegenwoordigd door mr. A. van Driel, advocaat te Alkmaar, en vergezeld door haar [bestuurder], zijn verschenen.
200807325/1- ter voorlichting van partijen aangehecht - is het in die zaak door de minister ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard, omdat - samengevat weergegeven - voor de door de vreemdelingen verrichte werkzaamheden geen tewerkstellingsvergunningen waren vereist, aangezien Paradigm gebruik heeft gemaakt van de haar op grond van de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag toekomende vrijheid in Nederland diensten te verrichten. Hieruit volgt dat het betoog van het UWV faalt.