ECLI:NL:RVS:2009:BI4531
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor standplaats verkoop snijbloemen strijdig met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Woensdrecht verleende vergunningen aan een vergunninghouder voor het innemen van standplaatsen voor de verkoop van snijbloemen op twee locaties in Putte. Een belanghebbende, appellante, maakte bezwaar tegen deze vergunningen. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat appellante voldoende gelegenheid had gekregen haar zienswijze kenbaar te maken en dat het college niet onzorgvuldig had gehandeld door haar niet persoonlijk uit te nodigen. Verder oordeelde de Raad dat het college terecht had vastgesteld dat zonder de winkel van appellante een redelijk verzorgingsniveau voor de consument in Putte verzekerd blijft, ondanks het bredere assortiment van appellante.
Belangrijk is dat de Raad van State anders dan de rechtbank oordeelde dat het innemen van een standplaats voor de verkoop van snijbloemen niet valt onder de bestemming 'Openbaar gebied' zoals omschreven in het bestemmingsplan. Deze bestemming ziet op infrastructurele doeleinden en niet op detailhandel. De vergunningen zijn daarom strijdig met het bestemmingsplan. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond en gelastte het college een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen wegens strijdigheid met het bestemmingsplan.