ECLI:NL:RVS:2009:BI3957
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onzorgvuldige voorbereiding
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen op grond van twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit. De staatssecretaris baseerde zich onder meer op een taalanalyse en achtte het asielrelaas ongeloofwaardig. De vreemdeling stelde dat het dossier van zijn moeder, die met een verblijfsvergunning in Nederland verbleef, relevant was voor de beoordeling van zijn geloofwaardigheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld door het dossier van de moeder niet te betrekken bij de beoordeling. Dit was in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
De Raad van State vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en volledige beoordeling van alle relevante feiten bij vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering.