ECLI:NL:RVS:2009:BI2687
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Intrekking milieuvergunning voor jongvee wegens niet-gebruik gedurende drie jaar
Het college van burgemeester en wethouders van Bernheze heeft op 22 april 2008 besloten de milieuvergunning van 6 oktober 1981 voor een veehouderij gedeeltelijk in te trekken, specifiek voor het houden van jongvee, omdat gedurende meer dan drie jaar geen gebruik was gemaakt van deze vergunning. Dit besluit is op 2 mei 2008 ter inzage gelegd. De appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vastgesteld dat het college terecht heeft gehandeld op grond van artikel 8.25, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer, dat intrekking mogelijk maakt indien gedurende drie jaar geen handelingen met gebruikmaking van de vergunning zijn verricht. De Afdeling oordeelt dat het college bij de belangenafweging niet onredelijk heeft gehandeld.
Verder is overwogen dat de intrekking een regulering van het eigendomsrecht betreft, maar dat deze inmenging is voorzien bij wet en een fair balance wordt gewaarborgd tussen het algemeen belang en de bescherming van individuele rechten. De appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een buitensporige last of strijd met het gelijkheidsbeginsel. Ook bestaat geen grond voor schadevergoeding bij intrekking van de vergunning. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke intrekking van de milieuvergunning wegens drie jaar niet-gebruik wordt ongegrond verklaard.