ECLI:NL:RVS:2009:BI2317
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering staatssecretaris over risico schending artikel 3 EVRM bij terugkeer naar El Salvador
De vreemdeling, een voormalige politieagent, werd bij de arrestatie van leden van de criminele organisatie MS 13 herkend en staat daardoor met zijn familie in de negatieve belangstelling van deze organisatie. De staatssecretaris van Justitie wees de asielaanvraag af, stellende dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen adequate bescherming kon krijgen van de Salvadoraanse autoriteiten.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris niet op adequate wijze had vastgesteld of er een reëel risico bestond op schending van artikel 3 van Pro het EVRM bij terugkeer. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de vreemdeling een vestigingsalternatief had geweigerd en dat de financiële redenen daarvoor onvoldoende waren om het risico aan te nemen.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er was geen algemeen ambtsbericht over de veiligheidssituatie in El Salvador en geen nader onderzoek naar de beschermingsmogelijkheden voor bedreigde politieagenten. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd dat de vreemdeling adequate bescherming kon krijgen, waardoor het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro niet adequaat was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden aan de staat opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende motivering over het risico op schending van artikel 3 EVRM.