ECLI:NL:RVS:2009:BI2270
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zicht op uitzetting Nepalese vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De zaak betreft het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake de vreemdelingenbewaring van een Nepalese vreemdeling. De vreemdeling stelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Nepal vanwege het uitblijven van laissez passer door Nepalese autoriteiten sinds 2007, en verzocht om schadevergoeding.
De staatssecretaris verklaarde dat de aanvraagprocedure voor laissez passer complex is en dat diplomatieke inspanningen worden verricht om de samenwerking met Nepal te intensiveren. Tevens onderzoekt de staatssecretaris alternatieve uitzettingsmogelijkheden zonder laissez passer.
De Raad van State oordeelde dat ondanks het ontbreken van laissez passer, geen grond bestaat om te concluderen dat uitzetting binnen een redelijke termijn onmogelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.