Uitspraak
200604782/1 en 200604782/2, geconcludeerd dat, indien na het ontstaan van een fictief goedkeuringsbesluit, alsnog een reëel besluit tot onthouding van goedkeuring aan een besluit op grond van artikel 11 van Pro de WRO wordt genomen, dit reële besluit wegens strijd met artikel 10:29, tweede lid, van de Awb weliswaar in aanmerking komt voor vernietiging, maar niet van rechtswege nietig is. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat, nu [appellant] zijn beroep tegen het besluit van 6 december 2005 heeft ingetrokken, dat besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Aan de omstandigheid dat dit besluit, naar gesteld, niet op correcte wijze is gepubliceerd - wat hiervan zij - , kan dan ook niet de betekenis toekomen die [appellant] daaraan gehecht wil zien. De rechtbank heeft eveneens terecht overwogen dat, voor zover voorafgaand aan het besluit van 6 december 2005 een goedkeuringsbesluit van rechtswege is ontstaan, dit besluit moet geacht worden te zijn herroepen als gevolg van het besluit van 6 december 2005. Nu voorts de aanvragen om bouwvergunning op 3 maart 2006 door het college zijn ontvangen en deze in strijd zijn met het bestemmingsplan, heeft de rechtbank in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat van rechtswege bouwvergunningen zijn ontstaan.
200706015/1, terecht overwogen dat de vraag of ten behoeve van de bouwplannen alsnog vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van Pro de WRO kan worden verleend niet relevant is voor de beoordeling van het besluit tot stillegging van de bouwwerkzaamheden en terecht geen grond aanwezig geacht voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot het besluit van 10 juli 2007 heeft kunnen komen.