Uitspraak
200806464/1, van uit dat het college het bezwaarschrift doorleidt naar de ter zake bevoegde heffingsambtenaar.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende op 12 maart 2007 een vergunning aan de organisator van een themamarkt aan het Schelpenpad op grond van de Brandbeveiligingsverordening (Bbv). De organisator betwistte de vergunningplicht en voerde aan dat de themamarkt geen inrichting is en dat er geen brandgevaar zou zijn.
De rechtbank Haarlem oordeelde dat de themamarkt geen inrichting was en verklaarde het beroep van de organisator gegrond, waardoor het collegebesluit werd vernietigd. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State stelde vast dat de themamarkt op een specifiek, afgebakend voetpad plaatsvindt en dat dit voldoende is om te kwalificeren als een inrichting in de zin van de Bbv. Tevens werd geoordeeld dat redelijkerwijs meer dan vijftig personen gelijktijdig aanwezig kunnen zijn, waaronder bezoekers en handelaren.
Het betoog dat er geen brandgevaar bestaat, werd verworpen omdat de vergunningplicht ook voorziet in het voorkomen en beperken van risico’s bij brand. Ook het beroep op eerdere vergunningvrije jaren en het gelijkheidsbeginsel faalden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de organisator ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de organisator tegen het besluit tot vergunningplicht werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd.