ECLI:NL:RVS:2009:BI1580
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid afkomst en geen relevante rechtswijziging
De vreemdeling vroeg asiel aan met de stelling dat hij afkomstig was uit Zuid-Somalië, maar deze afkomst werd door de minister en rechtbank als ongeloofwaardig beoordeeld. Nadat de aanvraag in 2002 was afgewezen en dit in eerdere procedures was bevestigd, stelde de vreemdeling in een nieuwe procedure dat artikel 15 van Pro de richtlijn 2004/83/EG een relevante wijziging van het recht vormde die een nieuwe toetsing rechtvaardigde.
De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte aannam dat de vreemdeling op grond van artikel 15 aanspraak Pro kon maken op bescherming, terwijl zijn asielrelaas als geheel ongeloofwaardig was bevonden.
De Raad van State bevestigde dat alleen nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of een relevante wijziging van het recht een nieuwe toetsing rechtvaardigen. Nu geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd en artikel 15 geen Pro relevante rechtswijziging voor de vreemdeling vormde, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
De uitspraak benadrukt het belang van geloofwaardigheid van het asielrelaas en de beperking van herhaalde toetsing zonder nieuwe feiten of relevante rechtswijzigingen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.