Uitspraak
200801404/1), is de uitoefening van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 100, derde lid, van de Woningwet, bij uitstek gericht op onmiddellijke stillegging van de met die wet strijdige bouwwerkzaamheden, waarbij gelet op de aard en het beoogde doel van die bevoegdheid geen belangenafweging behoeft plaats te vinden. Voorts is, anders dan Stichting Akkoord aanvoert, niet in strijd met de artikelen 5:31, 5:32, eerste lid, en artikel 5:36 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zowel bestuursdwang toegepast als een last onder dwangsom opgelegd. Het besluit van 4 juli 2006 ziet immers op twee verschillende overtredingen. De stillegging van de bouw beoogt een op dat moment plaatsvindende overtreding met onmiddellijke ingang te beëindigen.