Uitspraak
200301816/1).
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland keurde op 12 februari 2008 het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" van de gemeente Lisse goed, waarin een uitbreiding van het bedrijventerrein Dever was opgenomen. Appellanten stelden beroep in tegen deze goedkeuring, met name tegen de uitbreiding. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het college niet in strijd met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure had gehandeld en dat de uitbreiding niet in strijd was met het streekplan, mede vanwege compensatie van het voormalige bedrijventerrein Greveling.
De Raad van State stelde vast dat het college het nut en de noodzaak van de uitbreiding voldoende had aangetoond aan de hand van een regionale behoefteraming. Ook achtte de Afdeling de milieucategorie-indeling passend en vond zij geen aanleiding om de vrees voor verslechtering van luchtkwaliteit en lichthinder gegrond te verklaren. Wel oordeelde de Afdeling dat het college de verplichting tot het instellen van een onderzoek naar geluidhinder als gevolg van verkeer op de ontsluitingswegen van het nieuwe bedrijventerrein had miskend, zoals vereist door artikel 77 van Pro de Wet geluidhinder.
Daarmee is het plandeel met de bestemming "Bedrijfsdoeleinden" voor de meest zuidelijke gronden in strijd met het recht vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit deel van het besluit en onthield goedkeuring. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten aan appellanten sub 2 en tot vergoeding van griffierechten aan beide appellanten. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De goedkeuring van het plandeel uitbreiding bedrijventerrein Dever is vernietigd wegens strijd met artikel 77 Wet geluidhinder.