Uitspraak
200202604/1heeft de Afdeling het daartegen door het college ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen weigerde in 1997 vrijstelling te verlenen voor het vestigen van een theehuis in een pand, waarna meerdere bezwaar- en beroepsprocedures volgden. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellanten gegrond en veroordeelde het college tot schadevergoeding. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak vanwege het ontbreken van een proces-verbaal waaruit blijkt dat de uitspraak van de rechtbank in het openbaar is gedaan.
Inhoudelijk oordeelt de Afdeling dat appellanten procesbelang hebben en dat het college ten onrechte geen vrijstelling verleende. Het besluit van 27 mei 2003 wordt vernietigd. Appellanten maken aanspraak op vergoeding van schade die zij hebben geleden door de vertraagde vrijstelling, waaronder een bedrag van €270 voor een uithangbord en proceskosten van €2.576.
De Afdeling wijst verzoeken om vergoeding van andere kosten zoals faxapparaat, inventaris, vleugel en gederfde inkomsten af wegens onvoldoende bewijs of gebrek aan causaal verband. Ook wordt het griffierecht van €332 vergoed. De schadevergoeding wordt berekend vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om schadevergoeding, niet vanaf het oorspronkelijke besluit.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte procedurele handelingen en een zorgvuldige schadebeoordeling bij bestuursrechtelijke besluiten over bestemmingsplannen en vrijstellingen.
Uitkomst: Het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en appellanten ontvangen een schadevergoeding van €270 plus proceskosten en griffierecht.