ECLI:NL:RVS:2009:BH7660
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- R. van Heusden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning en vrijstelling dakuitbouw ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 9 maart 2007 een bouwvergunning en vrijstelling voor het vernieuwen en vergroten van een dakkapel en het plaatsen van een dakuitbouw aan een woning in Den Haag. De vergunning werd aangevochten door een omwonende appellant die bezwaar maakte tegen de dakuitbouw vanwege strijd met het bestemmingsplan, negatieve invloed op bezonning en daglichttoetreding, en mogelijke precedentwerking.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het college in redelijkheid vrijstelling mocht verlenen, omdat de dakuitbouw functioneel bijdraagt aan het behoud van de oude visserswoning en past binnen de doelstellingen van het bestemmingsplan. De vermeende aantasting van het kleinschalige karakter van de wijk en de bezonning waren onvoldoende aannemelijk om de vergunning te weigeren.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De vergunning en vrijstelling voor de dakuitbouw blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verlening van de bouwvergunning en vrijstelling voor de dakuitbouw en wijst het hoger beroep af.