ECLI:NL:RVS:2009:BH7659
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning uitbreiding woning te Zeist
Het college van burgemeester en wethouders van Zeist verleende op 11 juli 2007 een vrijstelling en bouwvergunning voor het gedeeltelijk vergroten van een woning op een perceel te Zeist. Tegen dit besluit maakten meerdere bewoners bezwaar en stelden beroep in bij de rechtbank Utrecht. De rechtbank verklaarde een deel van het beroep gegrond en vernietigde een deel van het besluit, maar verklaarde het bezwaar van enkele bewoners niet-ontvankelijk.
De verzoekers stelden vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in tegen de bouwvergunning. De voorzitter behandelde het verzoek en oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. De voorzitter overwoog dat het bouwplan een aanzienlijke uitbreiding van de woning betreft, maar dat het aantal woningen gelijk blijft en het bouwplan binnen de bestemmingsplanregels valt.
De voorzitter ging in op de bezwaren van de verzoekers over de bevoegdheid van het college om vrijstelling te verlenen, de strijdigheid met planvoorschriften, de welstandscriteria en de privacy van omwonenden. Geen van deze bezwaren gaf aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzitter concludeerde dat de verleende vrijstelling slechts een geringe afwijking van het bouwvlak betreft en dat het bouwplan voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de woninguitbreiding te Zeist is afgewezen.