ECLI:NL:RVS:2009:BH6981
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling bij twijfel aan nationaliteit en echtheid identiteitsbewijs
De vreemdeling werd op 17 oktober 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat bij zijn aanhouding een vermoedelijk vals Bulgaarse identiteitskaart werd aangetroffen. De Koninklijke Marechaussee constateerde manipulatie aan het document, waarna het Nederlands Forensisch Instituut nader onderzoek verrichtte. Tijdens verhoren gaf de vreemdeling tegenstrijdige verklaringen over zijn nationaliteit, waarbij hij zowel de Turkse als Bulgaarse nationaliteit claimde.
De staatssecretaris ontving op 21 oktober 2008 een geldig Bulgaarse paspoort van de vreemdeling, waarna de bewaring werd opgeheven. De vreemdeling stelde dat hij ten onrechte in bewaring was gesteld omdat hij EU-onderdaan is en de gronden voor bewaring volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 niet van toepassing waren.
De Raad van State oordeelde dat vanwege de gerede twijfel aan de echtheid van het identiteitsbewijs en de tegenstrijdige verklaringen over de nationaliteit er concrete aanknopingspunten waren die ernstige twijfel opriepen. Hierdoor hoefde de staatssecretaris niet uit te gaan van het EU-onderdaan zijn van de vreemdeling. De bewaring was daarom rechtmatig en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling werd bevestigd vanwege gerede twijfel aan de echtheid van het identiteitsbewijs en tegenstrijdige verklaringen over zijn nationaliteit.