Uitspraak
200305561/1, terecht overwogen dat concurrentieverhoudingen in het kader van een planologische belangenafweging geen in aanmerking te nemen belang vormen, tenzij sprake is van duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon die niet door dwingende redenen wordt gerechtvaardigd. Niet duidelijk is waarop het college zijn standpunt baseert dat het project leidt tot een aantasting van de levensvatbaarheid van de buurtwinkelcentra. Gegevens welke dit standpunt zouden kunnen staven zijn door het college niet overgelegd. Uit de van de zijde van Rodamco in de bezwaarprocedure overgelegde economische effectrapportage van Locatus van 7 juni 2007 blijkt dat in de wijk voldoende ruimte bestaat voor uitbreiding van winkelvloeroppervlak, ook na realisering van het plan Centrumkwadrant Overvecht. De met de projectontwikkelaar in dat kader overeengekomen beperking van de vergroting van het winkelvloeroppervlak vormt, zonder inzicht in de redenen die tot die afspraak hebben geleid, geen deugdelijke onderbouwing van het standpunt van het college. Evenmin is die afspraak op zichzelf bezien aan te merken als een planologisch relevante grond voor weigering van vrijstelling. Gelet hierop faalt het betoog van het college dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van 14 december 2007 onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd.