ECLI:NL:RVS:2009:BH6287
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling is bij besluit van 29 maart 2007 ongewenst verklaard door de staatssecretaris van Justitie. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 26 mei 2008 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de voorzieningenrechter op 23 december 2008 het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen het oordeel dat er geen concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de juistheid van individuele ambtsberichten uit 2004 en 2006, waarop het bestreden besluit is gebaseerd. De Raad van State oordeelt dat de beoordeling van deze grief nader onderzoek vergt, wat niet mogelijk is in de voorlopige voorzieningprocedure.
Gezien het spoedeisend belang zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, treft de voorzitter een voorlopige voorziening die de uitzetting van de vreemdeling opschort totdat het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.