ECLI:NL:RVS:2009:BH5611
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mvv-aanvraag verblijf als pleegkind en niet tijdig besluit op bezwaar
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor een minderjarige vreemdeling die als pleegkind in Nederland wil verblijven. De minister had de aanvraag afgewezen omdat niet was voldaan aan het vereiste dat de vreemdeling in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst heeft, zoals bepaald in artikel 3.28 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank had het besluit van de minister vernietigd en bepaald dat een nieuw besluit op bezwaar moest worden genomen. Zowel de minister als de vreemdeling stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was en dat het hoger beroep van de minister eveneens ongegrond was, waarbij de rechtbank terecht had geoordeeld dat de minister niet aan de wettelijke vereisten had voldaan.
Daarnaast stelde de vreemdeling beroep in tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar. De Raad van State verklaarde dit beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en werd griffierecht geheven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen.