ECLI:NL:RVS:2009:BH5519
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake handhaving erfafscheiding te Boxtel
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel heeft bij besluit van 4 april 2007 aan wederpartijen opgelegd om een erfafscheiding op hun perceel te verlagen tot één meter of aan te passen aan een eerder verleende bouwvergunning. Wederpartijen maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond en vernietigde het handhavingsbesluit, waarna het college hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de schutting geen erfafscheiding is in de zin van het bestemmingsplan en dat het college het handhavingsbesluit niet mocht baseren op de afwijking van de bouwvergunning. Tevens faalt het betoog dat het besluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat wederpartijen dit niet tijdig hebben aangevoerd.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van wederpartijen ongegrond. Het college mocht handhavend optreden tegen de zonder vergunning opgerichte schutting die de maximale toegestane hoogte overschrijdt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het college verhinderden tot handhaving over te gaan.
Uitkomst: Het beroep van wederpartijen wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit van het college blijft in stand.