ECLI:NL:RVS:2009:BH4676
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige staandehouding vreemdeling in internationale trein
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de staandehouding en vreemdelingenbewaring van een vreemdeling onrechtmatig achtte. De vreemdeling was op 6 december 2008 staande gehouden in de internationale trein Brussel-Amsterdam, nabij Roosendaal, door de Koninklijke Marechaussee.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en dat de staandehouding daarom onrechtmatig was. De staatssecretaris stelde dat vanwege de geringe vermenging met binnenlands reizigersverkeer en het feit dat de vreemdeling niet als grensganger mocht worden aangemerkt, geen redelijk vermoeden vereist was.
De Raad van State oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was, omdat de controle plaatsvond ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding en dat slechts geringe vermenging met binnenlands reizigersverkeer aanwezig was. De rechtbank had dit niet juist beoordeeld. Ook de toekenning van schadevergoeding werd vernietigd. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het besluit tot vreemdelingenbewaring gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor de staandehouding en vreemdelingenbewaring rechtmatig zijn.