ECLI:NL:RVS:2009:BH4654
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- S.F.M. Wortmann
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhavend optreden tegen stallinggarage ambassade
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees op 19 februari 2007 een verzoek af om handhavend op te treden tegen een stallinggarage op het perceel van de Ambassade van de Islamitische Republiek Iran. De wijkvereniging Van Stolkpark, die de belangen van bewoners behartigt, stelde zich op het standpunt dat het college ten onrechte afzag van handhaving omdat de stallinggarage in strijd is met het bestemmingsplan en de welstandseisen.
De rechtbank verklaarde het beroep van Van Stolkpark ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college niet mocht handhaven zolang het pand in gebruik is van de ambassade en mits de stallinggarage zoveel mogelijk aan het oog wordt onttrokken.
Van Stolkpark voerde aan dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat en dat handhaving noodzakelijk is om naleving van wet- en regelgeving af te dwingen. De Afdeling stelde echter vast dat de stallinggarage door de ambassade zonder bouwvergunning is opgericht en dat het college in principe bevoegd is tot handhaving, maar dat bijzondere omstandigheden, zoals de diplomatieke immuniteit van de ambassadegebouwen op grond van het Verdrag van Wenen, handhaving onmogelijk maken.
De Afdeling concludeerde dat het college terecht heeft afgezien van handhavend optreden omdat bestuursdwang niet kan worden toegepast tegen de ambassade en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geoordeeld dat Van Stolkpark als belanghebbende mocht optreden en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit om niet handhavend op te treden tegen de stallinggarage vanwege diplomatieke immuniteit en het ontbreken van concrete legalisatie.