ECLI:NL:RVS:2009:BH4014
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- J.W. Prins
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot Nederlanderschap wegens niet voldoen verblijfsvereiste
Appellante verzocht om verlening van het Nederlanderschap, maar de minister van Justitie wees dit verzoek op 19 maart 2007 af wegens het niet voldoen aan de vereiste verblijfsduur van vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Het bezwaar van appellante werd door de minister ongegrond verklaard en de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij zich niet op artikel 10 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) en ambtelijk verzuim had beroepen. De Raad van State overwoog dat de minister artikel 10 wel Pro degelijk had betrokken en dat de rechtbank dit had getoetst. Tevens werd benadrukt dat de naturalisatieprocedure en de verblijfsrechtelijke procedure gescheiden zijn, zodat ambtelijk verzuim in de verblijfsrechtelijke procedure niet in de naturalisatieprocedure kan worden aangevoerd.
Omdat appellante niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit inzake haar verblijfsvergunning, is dit besluit onherroepelijk geworden en dienen de gevolgen daarvan voor haar rekening te komen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 25 februari 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap bevestigd.