ECLI:NL:RVS:2009:BH3972
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- Th.G. Drupsteen
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar vergunning varkenshouderij
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 11 juli 2007 een vergunning voor de oprichting van een grote varkenshouderij met ruim 16.000 dierplaatsen. Appellanten, wonend nabij de locatie, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor hun leefomgeving en de ecologische waarden op hun percelen. Het college verklaarde hun bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij volgens het college geen belanghebbenden waren.
Appellanten stelden dat zij wel belanghebbenden zijn gezien de betrekkelijk korte afstand tot de varkenshouderij (ongeveer 260 en 360 meter) en de omvang van de activiteit. Het college verwees naar grotere afstanden tot beschermde gebieden en de afstand tussen stankgevoelige objecten en emissiepunten, maar deze argumenten werden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verworpen.
De Afdeling oordeelde dat appellanten rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken en dat het college hun bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit van 15 januari 2008 vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd.