ECLI:NL:RVS:2009:BH3267

Raad van State

Datum uitspraak
18 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200803511/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 Woningwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging handhavingsbesluit bouwvergunning dakkapel in strijd met welstandseisen

Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk heeft op 17 oktober 2006 aan appellanten bestuursdwang opgelegd om een woning aan te passen aan de verleende bouwvergunning. Het geschil betrof een dakkapel die aanzienlijk groter was gebouwd dan toegestaan. Appellanten maakten bezwaar tegen het bestuursdwangbesluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank Haarlem werd afgewezen.

Appellanten stelden in hoger beroep dat er concreet zicht op legalisering bestond en dat het college ten onrechte handhavend optrad. De Raad van State oordeelde dat het college terecht had vastgesteld dat de dakkapel in strijd was met redelijke eisen van welstand, gebaseerd op een welstandsadvies van de gemeente. Appellanten hadden geen deskundigenrapporten overgelegd die dit advies ondermijnden.

De Raad van State verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geoordeeld dat het betoog van appellanten over het beginsel van fair-play niet slaagde, omdat er geen aanvraag voor een bouwvergunning voor de dakkapel was ingediend ten tijde van het besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestuursdwangbesluit wordt bevestigd.

Uitspraak

200803511/1.
Datum uitspraak: 18 februari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant A] en [appellant B], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 20 maart 2008 in zaak
nr. 07/04436 in het geding tussen:
[appellant A] en [appellant B]
en
het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk.
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk (hierna: het college) [appellant A] en [appellant B] (hierna: [appellanten]) onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan de [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel) in overeenstemming te brengen met de daarvoor verleende bouwvergunning.
Bij besluit van 22 mei 2007 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 20 maart 2008, waarvan het proces-verbaal op 3 april 2008 is verzonden, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Dit proces-verbaal is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 mei 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 9 juni 2008.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 januari 2009, waar [appellanten], in persoon en bijgestaan door mr. E.A. Wentink-Quelle, advocaat te Ouderkerk aan de Amstel, en het college, vertegenwoordigd door P.A. Koese, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Op 14 september 2005 heeft het college aan [appellant A] vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van de woning op het perceel, door het plaatsen van een aanbouw en een dakkapel.
2.2. Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (bouwvergunning).
2.3. In afwijking van de daarvoor verleende bouwvergunning is, voor zover thans van belang, een dakkapel gebouwd, die ten minste anderhalf keer zo groot is als vergund, zodat het college terzake handhavend kon optreden. De last strekt ertoe de dakkapel in overeenstemming te brengen met hetgeen is vergund.
2.4. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
2.5. [appellanten] betogen dat de rechtbank, door te overwegen dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor de in afwijking van de bouwvergunning gebouwde dakkapel geen bouwvergunning kan worden verleend omdat niet aan redelijke eisen van welstand wordt voldaan, heeft miskend dat concreet zicht op legalisering bestaat.
2.5.1. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat geen concreet zicht op legalisering bestaat.
Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat voor de in afwijking van de bouwvergunning gebouwde dakkapel geen bouwvergunning kan worden verleend, nu deze in strijd is met redelijke eisen van welstand, als vervat in de Welstandsnota, gedateerd juni 2004, van de gemeente Beverwijk. Aan dat standpunt heeft het college het advies van de welstandscommissie van de gemeente Beverwijk van 26 januari 2007 (hierna: het welstandsadvies) ten grondslag gelegd. Op voorhand valt niet in te zien dat het college dat standpunt niet heeft kunnen innemen, nu [appellanten] ter staving van hun stelling dat van strijd met redelijke eisen van welstand geen sprake is, geen deskundigenrapport hebben overgelegd en niet is gebleken dat het welstandsadvies naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont, dat het college dit advies niet aan zijn standpunt ten grondslag heeft mogen leggen. De vraag of het college al dan niet terecht heeft geweigerd bouwvergunning te verlenen, en in dat verband het betoog van [appellanten] dat het college aan de weigering van 15 april 2008 voor de aangepaste dakkapel bouwvergunning te verlenen het advies van de welstandscommissie niet ten grondslag mocht leggen, omdat daarbij niet van de bouwmogelijkheden die het ter plaatse geldende bestemmingsplan biedt is uitgegaan, dient in een andere procedure aan de orde te komen.
Voor zover [appellanten] onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2002, in zaak nr.
200105747/1in dit verband betogen dat het college heeft gehandeld in strijd met het beginsel van fair-play, is dat evenzeer tevergeefs. Anders dan in de onderhavige situatie, waarin ten tijde van het besluit van 21 juni 2007 geen aanvraag om bouwvergunning voor aanpassing van de dakkapel was ingediend, was ten tijde van het in die zaak bestreden besluit een aanvraag om een vergunning ingediend, waarop het desbetreffende bestuursorgaan bovendien voornemens was positief te beslissen.
Het betoog faalt.
2.6. Voor zover [appellanten] voorts in algemene zin naar de overige door hen in beroep aangevoerde beroepsgronden verwijzen, is dat evenzeer tevergeefs. De rechtbank heeft deze behandeld en beoordeeld.
[appellanten] hebben niet betoogd dat en waarom de desbetreffende overwegingen van de rechtbank niet juist zijn.
2.7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.
w.g. Wortmann w.g. Van Driel
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2009
414-476.