ECLI:NL:RVS:2009:BH3258
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering huursubsidie wegens beëindiging huurovereenkomst
De minister van Volkshuisvesting heeft bij besluiten van 7 juni 2005 de huursubsidie aan appellante voor de tijdvakken 1 juli 2003 tot 1 juli 2004 en 1 juli 2004 tot 1 juli 2005 herzien en teruggevorderd wegens beëindiging van de huurovereenkomst per 1 februari 2004. Appellante stelde dat zij tijdig haar adreswijziging en aanvraag voor de nieuwe woning had ingediend en dat haar geestelijke gesteldheid in aanmerking genomen moest worden.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij niet aannemelijk had gemaakt tijdig een aanvraagformulier te hebben ingediend en dat de minister terecht de huursubsidie had herzien en teruggevorderd. De Raad van State bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de minister bevoegd was tot herziening en terugvordering op grond van de Huursubsidiewet.
Het beroep op de hardheidsclausule (artikel 26 Hsw Pro) faalt omdat deze clausule niet ziet op de situatie van appellante en zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar geestelijke gesteldheid haar belemmerde tijdig een aanvraag in te dienen. De Raad van State concludeert dat de minister in redelijkheid tot terugvordering heeft kunnen besluiten en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de herziening en terugvordering van huursubsidie en wijst het hoger beroep af.