ECLI:NL:RVS:2009:BH3211
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting café wegens drugshandel
De burgemeester van Winschoten heeft bij besluit het café van verzoeker voor twaalf maanden gesloten vanwege vermoedens van drugshandel, gebaseerd op een situatie als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen vernietigde het besluit op bezwaar en legde een nieuw sluitingsbesluit op.
Verzoeker stelde dat het café sinds 1 januari 2009 gesloten is en dat het niet mogelijk is de bodemprocedure af te wachten vanwege de geleden schade. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en overwoog dat het oordeel voorlopig is en niet bindend voor de bodemprocedure.
De voorzitter nam het standpunt van de voorzieningenrechter over dat het sluitingsbesluit voldoende is gebaseerd op de vastgestelde feiten, waaronder de handel in cocaïne in het café. Het beleid 'Wiet in de Rozenstad' verplicht de burgemeester niet tot een waarschuwing. De voorzitter vond geen aanleiding om het café te heropenen en wees het verzoek af. De bodemprocedure staat gepland voor 20 april 2009.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot heropening van het café wordt afgewezen.