Uitspraak
200300636/1, is het toetsingskader voor aanvragen om vergunningen op basis van de Wbr de beleidslijn. Voor de toepasselijkheid van de beleidslijn is slechts van belang dat sprake is van een aanvraag voor een nieuwe activiteit, waaronder wijziging van een bestaande activiteit, die leidt tot waterstandsverhoging, hoe minimaal ook. Uit 2.5.1 volgt dat het watersportgebouw een nieuwe activiteit is in de zin van de beleidslijn, omdat de aanvraag buiten de werking van voormelde vergunningen valt, en de bouw van het watersportgebouw tot waterstandsverhoging leidt ten opzichte van de op het perceel feitelijk bestaande situatie. De rechtbank heeft mitsdien met juistheid geoordeeld dat de staatssecretaris de aanvraag terecht aan de beleidslijn heeft getoetst. Zij heeft met dit oordeel, anders dan Maasbommel meent, geen onjuiste uitleg gegeven aan het doel en de strekking van de Wbr.