Uitspraak
200604230/1) heeft de Afdeling het besluit van 22 augustus 2005 vernietigd.
Raad van State
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de raad voor rechtsbijstand van een aanvraag om toevoeging rechtsbijstand. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat voor dezelfde zaak reeds een toevoeging was verleend. Na vernietiging van een eerder besluit op bezwaar door de bestuursrechter, verleende de raad alsnog een toevoeging, maar verklaarde het bezwaar van appellant tegen die beslissing ongegrond.
Appellant stelde dat de aanvraag betrekking had op een nieuw besluit op bezwaar van het UWV, maar de Raad van State overwoog dat dit nieuwe besluit pas na de aanvraag was genomen, zodat de raad terecht de aanvraag afwees. De rechtbank had dit oordeel bevestigd en de Raad van State vond geen reden om daarvan af te wijken.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verbeterde de motivering en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee is het bezwaar en hoger beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag toevoeging rechtsbijstand wordt bevestigd.