ECLI:NL:RVS:2009:BH1889
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.J. Soede
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Maassluis inzake handhaving strijdige bedrijfsactiviteiten manege
Het college van burgemeester en wethouders van Maassluis besloot op 21 maart 2006 geen handhavend op te treden tegen de strijdige bedrijfsactiviteiten van een manege op een perceel te Maassluis. Appellant maakte bezwaar, dat door het college op 16 mei 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college ten onrechte had aangenomen dat ten tijde van het besluit op bezwaar concreet zicht bestond op legalisatie van de activiteiten door herziening van het bestemmingsplan. Het ontwerp-bestemmingsplan was pas na het besluit ter inzage gelegd en de provincie had niet onvoorwaardelijk ingestemd met de wijziging.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 16 mei 2007 wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd eveneens vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Maassluis om niet handhavend op te treden is vernietigd wegens gebrek aan concreet zicht op legalisatie.