ECLI:NL:RVS:2009:BH1887
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens vertraagde verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft een appellant die op 9 juni 1999 een asielaanvraag indiende en pas op 20 januari 2005 een verblijfsvergunning kreeg toegekend, met terugwerkende kracht tot 9 juni 1999. Gedurende deze periode ontving hij geen studiefinanciering en vorderde hij vergoeding van de daardoor geleden schade.
De staatssecretaris wees het verzoek af, stellende dat de verblijfsvergunning bedoeld is om een verblijfsrecht te verlenen en niet om vermogensrechtelijke belangen zoals studiefinanciering te beschermen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de toelating als vluchteling primair humanitaire bescherming biedt en niet strekt tot bescherming van vermogensrechtelijke belangen. Daarbij verwees de Raad naar een arrest van de Hoge Raad waarin werd bevestigd dat schending van procedurele regels in de toelatingsprocedure geen recht geeft op vergoeding van vermogensschade.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.