ECLI:NL:RVS:2009:BH1873
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- M.W.J. Sloots
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en niet-ontvankelijkheid beroep aanlegvergunning containerveld
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel weigerde op 8 juli 2005 een aanlegvergunning voor het egaliseren, aanleggen en verharden van paden ten behoeve van een containerveld op een perceel te Boxtel. Het bezwaar van appellant tegen deze weigering werd ongegrond verklaard. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond.
Appellant stelde dat het advies 'Advies waterplantenfilter' een belangrijke rol speelde bij de versterking van de natuurwaarde en dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het college de vergunning moest weigeren vanwege strijd met het bestemmingsplan. De Raad van State overwoog dat het advies als een aanvulling van de aanvraag moest worden beschouwd en bij het besluit op bezwaar buiten beschouwing mocht blijven. Het besluit op bezwaar moest echter wel het resultaat zijn van een heroverweging van het oorspronkelijke besluit.
De Raad van State oordeelde dat het college bij het besluit op bezwaar terecht het advies buiten beschouwing liet, maar dat het beroepschrift van appellant zich richtte tegen een besluit in primo (het gewijzigde besluit van 8 juni 2006). Appellant had eerst bezwaar moeten maken tegen dat besluit alvorens beroep in te stellen. De rechtbank had het beroepschrift ten onrechte niet als bezwaar doorgezonden. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard met doorzending van het beroepschrift als bezwaar aan het college.
Verder werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant en werd het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroepschrift wordt als bezwaar doorgezonden aan het college.