ECLI:NL:RVS:2009:BH1859
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving geluid- en milieuregels bij inrichting in Westland
Het college van burgemeester en wethouders van Westland legde op 7 september 2007 aan appellant lasten onder dwangsom op wegens overtreding van geluidgrenswaarden en artikel 8.1 van de Wet milieubeheer, verbonden aan een vergunning voor een inrichting. Appellant betwistte de overtredingen en stelde dat het college ten onrechte handhavend optrad.
Tijdens de zitting op 24 december 2008 werd vastgesteld dat er een overschrijding van het maximale geluidniveau was geconstateerd tijdens werkzaamheden met een dieselheftruck. Ook werd vastgesteld dat het parkeren van bedrijfsauto's op een naastgelegen terrein en het gebruik van een mobiele kraan zonder vergunning een uitbreiding van de inrichting vormde, wat in strijd was met artikel 8.1 Wm.
De Afdeling oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die handhavend optreden in de weg stonden. De opgelegde dwangsom werd als proportioneel beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van lasten onder dwangsom wegens milieu- en geluidovertredingen is ongegrond verklaard.