ECLI:NL:RVS:2009:BH1852
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart als passagier
Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland wees de aanvraag van appellant om een gehandicaptenparkeerkaart als passagier af, omdat uit onderzoek van een verzekeringsarts bleek dat appellant ten minste 100 meter kan lopen en niet continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder.
De rechtbank verklaarde het bezwaar deels gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen. Het college handhaafde de afwijzing, waarna de rechtbank dit besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het advies van de verzekeringsarts heeft gevolgd, dat op een objectieve en methodische wijze was opgesteld. De Raad vond geen grond om te veronderstellen dat appellant continu afhankelijk is van de bestuurder, zoals vereist volgens de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.
Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep ongegrond was. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart als passagier wordt bevestigd.