Uitspraak
200608265/1, waaruit volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt is om aannemelijk te maken dat de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan niet juist zijn en een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. De rechtbank heeft terecht geen reden gezien te twijfelen aan de juistheid van de mededelingen van het college dat de opmerking in voormelde brief van 30 november 2006 dat een zienswijzenrapport niet is verzonden, niet per definitie impliceert dat een zodanig rapport dus wel aanwezig moet zijn en dat niet iedere opmerking van een ambtenaar op of in een schriftelijk stuk een reactie pleegt uit te lokken. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat een zienswijzenrapport of een schriftelijke reactie op de door hem bedoelde ambtelijke opmerking bij het college berusten. Dat de rechtbank het dossier niet heeft opgevraagd, maakt in dit geval niet dat zij de besluitvorming in deze Wob-procedure niet voldoende heeft kunnen toetsen, nu dat dossier in zijn geheel aan [appellant] ter inzage is gegeven.