ECLI:NL:RVS:2009:BG9795
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W. Konijnenbelt
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging noodbevel burgemeester voor staken bouwwerkzaamheden wegens explosievenrisico
De burgemeester van Westland heeft op 7 april 2005 een noodbevel uitgevaardigd om alle bouwwerkzaamheden op bepaalde percelen te staken vanwege de aanwezigheid van een oude tankgracht met een mogelijk niet-geruimd mijnenveld uit de Tweede Wereldoorlog. Dit bevel werd gehandhaafd na bezwaar en beroep bij de rechtbank, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht het noodbevel kon uitvaardigen omdat er een reële kans bestond dat door de bouwwerkzaamheden een oude mijn tot ontploffing kon komen. De burgemeester beschikte niet over andere middelen om het staken van de werkzaamheden af te dwingen. De duur van het bevel was niet beperkt omdat het risico bestond totdat het terrein veilig was verklaard.
Appellante voerde aan dat het bevel disproportioneel was omdat zij de werkzaamheden al stil had gelegd en dat het bevel te lang en onbepaald was opgelegd. De Raad van State oordeelde dat het noodbevel gebaseerd was op een risico-evaluatie waaruit bleek dat mijnen en munitie vermoedelijk aanwezig waren en dat het bevel noodzakelijk was om gevaar te beperken. Het feit dat appellante zelf de werkzaamheden had stilgelegd deed hieraan niet af. De Raad bevestigde dat het bevel niet voor een vooraf bepaalde termijn hoefde te gelden omdat de duur van het ruimen van explosieven onbekend was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het noodbevel van de burgemeester bevestigd.