ECLI:NL:RVS:2009:BG9779
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Drenthe over niet-ontvankelijkheid verzoek handhaving milieuvergunning biomassavergistingsinstallatie
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe weigerde het verzoek om handhaving van een milieuvergunning voor een biomassavergistingsinstallatie op een perceel te [plaats] in behandeling te nemen, omdat de verzoekers volgens het college geen belanghebbenden waren. De verzoekers woonden op een afstand van ongeveer 1.000 meter van de inrichting en ervoeren geluidshinder door verkeersbewegingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de verzoekers geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 1:2 van Pro de Awb, omdat de milieugevolgen ter plaatse van hun woningen niet aannemelijk zijn en het verkeer van en naar de inrichting deel uitmaakt van het heersende verkeersbeeld op een openbare doorgaande weg. Hierdoor kon het verzoek niet als een aanvraag worden aangemerkt en was het bezwaar tegen de afwijzing niet-ontvankelijk.
Het besluit van het college van 8 april 2008, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard, werd vernietigd omdat het bezwaar niet tegen een besluit was gericht. De Afdeling nam in de plaats daarvan een uitspraak waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het belanghebbendebegrip bij verzoeken om handhaving onder de Wet milieubeheer en de toepassing van de Awb, waarbij alleen belanghebbenden een verzoek kunnen indienen en bezwaar kunnen maken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bezwaar niet-ontvankelijk en het besluit van het college vernietigd.